Stichting Behoud Stad, Natuur en Landschap Rijnland

 

Uit het 

 

Gemeente wil snel aan de slag

Strijd om de Oostvlietpolder gaat door

DOOR HERMAN JOUSTRA
DEN HAAG/LEIDEN - De gemeente staat te trappelen om aan de slag te gaan in de Oostvlietpolder. Als het even kan wil zij, vooruitlopend op de komst van het bedrijventerrein, nog dit voorjaar een aantal volkstuinen verplaatsen en een aantal nieuwe aanleggen voor tuinders die wegmoeten door de uitbreiding van begraafplaats Rhijnhof. Eind augustus, begin september wil Leiden beginnen met het bouwrijp maken van grote stukken grond.

Dat bleek gisteren bij een zitting voor de Raad van State in Den Haag. Daar werd het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld - een schorsing van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan dat Gedeputeerde Staten eind vorig jaar goedkeurde.

De indieners van dat 'schorsingsverzoek' zijn de Vereniging Vrienden Oostvlietpolder, de Stichting Belangenbehartiging Oostvlietpolder en de Vereniging Bewoners Vrouwenweg. Zij staan nog steeds op het standpunt dat het door de gemeente getekende bestemmingsplan niet goedgekeurd had mogen worden.

Hun belangrijkste argument is dat de gemeente zegt het bestemmingsplan te willen wijzigen omdat er een groot tekort is aan bedrijventerreinen. En dat is niet juist, zeggen de indieners. De provincie Zuid-Holland stelt in haar Economische Monitor van begin dit jaar dat elk gebied binnen de provincie de komende vier jaar voldoende bedrijfsgrond heeft om uit te geven.

Daar komt bij, volgens de indieners, dat de verkeersafwikkeling die de gemeente voor ogen staat - onder meer verdubbeling van de Europaweg en een extra rijstrook op de Lammenbrug ten koste van een rijwielpad - niet reŽel is. De brug zou te smal zijn voor nog een rijstrook en de door de gemeente geschatte toekomstige verkeersdrukte zou veel te laag zijn. De geplande werkzaamheden van de gemeente vinden zij in elk geval veel te voorbarig, zolang er nog geen definitieve beslissing is gevallen over het bestemmingsplan.

De bezwaarmakers zagen zich aanvankelijk gesteund door een opmerking van een gemeenteambtenaar. Die stelde dat het beleid van het nieuwe college er niet langer op is gericht bedrijven binnen de stad uit te plaatsen naar de polder. En dat was nu juist een van de redenen in de Oostvlietpolder een bedrijventerrein aan te leggen. De advocaat van de gemeente wenste die uitspraak echter meteen te nuanceren. Leiden streeft weliswaar niet langer meer naar uitplaatsing, maar bedrijven die willen groeien, moeten daarvoor toch de stad uit. Er is mede om die reden nog wel degelijk sprake van een tekort aan bedrijfsterrein. Nog langer wachten kan niet meer, zei hij, al was het alleen maar omdat de rente voor de verworven grond - de polder is voor een groot deel in gemeentelijk bezit - Leiden jaarlijks 800.000 euro kost.

 

Terug naar

Terug naar